Net terug, heerlijke douche gehad en een even lekkere pizza naar binnen gewerkt. Nog een paar potjes Pool gespeeld (bar slecht wel) en een wasje gedraaid. Pff, ik heb zelfs al mijn kamer gestofzuigd. Lag nog vol met droge modder van onder mijn bergschoenen uit voor ik vertrok. Het was zwaar, lang en vermoeiend. Precies wat ik nodig had, en precies waar we voor gingen.
Dit typte ik gisteren nadat we net terug waren gekomen, maar ik had toch niet echt de puf om nog verder te typen dus dat doe ik nu. Ik heb net alle foto’s doorgekeken en heb nu een bescheiden selectie van 170 beelden over van onze trip. Het liefst laat ik ze allemaal zien, maar dat is gekkenwerk (het uploaden van foto’s hier duurt best lang). We zullen zien hoe ver we komen, hieronder het verslag in woord en beeld:
We hadden het ’s morgens de trein naar Edale genomen, waar ons avontuur begon. Klaar voor de start.. af! Nog even langs de winkel/postkantoor in Edale om geld te pinnen en langs het information centre van het natuurgebied om wat foldertjes te scoren en een boekje te kopen. Voor de kenners onder jullie; Ik heb daar een hele mooie pocketversie van het SAS Survuval Handboek van John ‘Lofty’ Wiseman aangeschaft, onmisbaar op kamp. Voor de leken onder jullie; zeg maar de professionele versie van het ‘woudlopers handboek’ van Kwik, Kwek en Kwak dat eigenlijk geen enkele jongen zou moeten missen.

Toen konden we er echt niet meer omheen. Het lopen, of eigenlijk klimmen, kon beginnen. We hadden in de planning de hoogste berg in de omgeving direct te bewingen. Natuurlijk vol goede moed, misschien een beetje overmoedig zelfs, dachten we dit gewoon recht omhoog te kunnen doen. Zo’n slingerpad duurt veel te lang en is maar voor dagjesmensen, vonden we. We hebben het gehaald, maar ik ben er nog niet uit of het echt de beste manier was. Gelukkig hoeven we ons daar niet meer druk om te maken. De trend was gezet, nog geen uur onderweg en we waren kapot en voelden onze kuiten al goed trekken. Maar zoals dat gaat, als je eenmaal boven bent maakt het uitzicht alles goed.

Hierna vervolgden we onze weg met behulp van kaart & kompas over bergruggen en door de ‘Moorlands’. Toen we later die middag op een andere hoge bergtop aangekomen waren vonden we dat het wel tijd was voor een lunch. Voor het eerst de brander, het gas en de pannen uit de rugzak en onder de bescherming van een stel rotsen lekker kokerellen. Zo’n eenvoudig zakje noodles smaakt dan toch echt een stuk lekkerder. Heerlijk ook dat je als je uit de wind zit op zo’n berg je echt onder de indruk raakt van het uitzicht en de stilte, je hoort dan echt niets.

Hierna een leuke afdaling en een stuk door een bos waar we ons goed op verkeken hadden. Word je er weer aan herinnerd dat een klein stukje op de kaart toch lang kan duren. Uiteindelijk wel de brug gehaald waar we voor gingen. Daarna nog een volgende berg op en eenmaal boven op zoek naar een geschikte plaats om voor het eerst ons tentje op te slaan. Ook onze eerste avondmaaltijd bereiden op een snel opgeworpen keukentje van een stel stenen uit de typerdende muurtjes van losse stenen die we overal zagen was erg leuk. De tortellinni smaakte erg goed, zelfs onder saus.

Mede doordat het begon met regenen net toen we een recht stukje ondergrond voor de tent waren aan het zoeken en de nattigheid daarna een beetje aan bleef houden zijn we eigenlijk al om een uur of 7 ‘naar bed’ gegaan. Niet meteen aan het slapen, maar laat was het zeker niet die avond. Die nacht kwamen we erachter dat het boven op een bergtop buiten goed wind vangen ook ontzettend koud was. Nu heb ik daar normaal niet snel last van, maar ik werd een paar keer wakker zonder gevoel in mijn neus van de koudte. Het ’s ochtends was het nog steeds koud en leek de regen nog te dreigen, maar het uitzicht was zeker wel de moeite waard.

Snel opruimen, afbreken en inpakken zodat we onszelf warm konden lopen. De berg aan de andere kant af, voor de verandering via een (soms zefls verhard) pad, tussen de bossen door. Toen we onderaan bij het water aankwamen hebben we even pauze gehouden. We waren warm, het was er prachtig en we hebben er wat gehobby’d aan twee wandelstokken. Fijn vakwerken met de bijl, messen en stenen (om te schuren) en even later heb je een mooie wandelstok met ergonomisch handvat en gevlochten polsbandje. We hebben van deze stokken later ook echt veel voordeel gehad, bij het beklimmen en afdalen van steile bergruggen en het oversteken van water. Dit was de scène waar we zaten te klussen in de zon.

Na deze lange, maar productive pauze vervolgden we onze weg over de wegen en paden langs het water. We hadden er in tegenstelling to de dag ervoor een heel aardig tempo op zitten. Deze route was goed snel te lopen omdat we niet in de modder wegzakten, geen takken hoefden te ontwijken en geen hekken om overheen te klimmen tegen kwamen. Wel vonden we het vreemd dat we sinds we Edal verlaten hadden nog geen watertap of prullenbak waren tegengekomen. Gelukkig wilde twee vriendelijke motorrijders ons afval van de laaste dagen wel voor ons meenemen.

En stuk verder aan de weg zou een stadje liggen genaam Tin Town, we kwamen een bordje tegen (aan de achterkand van dit muurtje op de bovenstaande foto) met de precieze layout van wat waar lag. Er was een pub met 2 billiardtafels en een kruidenierszaakje met allerlei heerlijke streekproducten en heel veel arbeiderhuisjes. Eindelijk de rest van ons afval weg en nieuw drinkwater inslaan want we zater er ver doorheen, dachten we. Misschien zelfgs een snel potje pool, hoopten we nog. Niets zat er minder in. Want toen we verder lazen op het plakkaat kwamen we erachter dat dit er allemaal had gelegen, in de 18 eeuw. Toen was Tin Town een nederzetting van tijdelijke arbeiders die van heel de wereld kwamen om daar aan de damwerken en waterreservoirs te bouwen. Nu was daar niets meer van over, geen levende ziel in het gebied meer. Jammer de pammer, maar dit fantoomstadje hielp ons niet veel verder. Wel kwamen we iets verder aan bij een van die oude damwerken, en dat was wel erg mooi.

Nog een sfeerplaatje, we hadden best geluk met het weer zoals je ziet.

Zelfs nog wat natuurfotografie weten te beoefenen.

Einde van de tweede dag bracht ons naar een mooi stromend beekje met een idyllisch bruggetje en een mooi bossig gebied. Ik was nog even een stukje verder gewandeld zonder rugzak om te kijken of er verderop misschien wat moois was op een iets minder drukke plek (we zaten nu niet ver van een pad waar wandelaars en fietsers voorbij kwamen). Maar niet iets gevonden dat de moeite waard was. We wilden een mooie plek waar we wl wat doen konden omdat de dag erna onze rustdag was, we zouden dan op een plaats blijven en ons op het ‘kampterrein’ een beetje proberen te vermaken als het weer dat toeliet. Maar in ieder geval een dag de rugzak af laten. Tentje opgezet, vuurplaats gemaakt, hout gesprokkeld en watervoorraad aangelegd alsof we niet anders gewend waren. ’s Avonds lekker rijst met Spam uit blik (niet sarcastisch, was echt heel lekker).

Lekker laat opgebleven (voor ons doen dan, tot 11 uur of zo), aan het vuur gezeten genoten van droogworst, whiskey en het krakerige geluid uit mijn opwind radiotje.

Een plezante avond, mag ik zeggen. En iets bevestigd wat ik wel al wist, namelijk dat stenen uit water kunnen ontploffen aan het vuur. Een stukje spanning in deze bijzonder ontspannende avond.

Die nacht was het gelukig niet zo koud als de eerste nacht, maar wel kreupel gelegen door de slechte ondergrond. Ach ja, hoort erbij. Deze derde dag was een beetje onze primitive dag. We hebben een beetje rondgehangen, hout verzameld, gehakt en gezaagd, fazanten opgejaagd, beetje rond het water liggen klooten (kan het niet netjeser verwoorden). Proberen te vissen (aan het zelf gefabriceerde materiaal heeft het niet gelegen, dat zat wel goed in elkaar) en thee gemaakt, eten gemaakt en ga zo maar door. Het was voor mij ook de eerste keer dat ik voor eigen drinkwater moest zorgen omdat er geen kranen waren. We hebben daarvoor een waterzuiveringssetje met een filter en Iodine tabletten gekocht, erg avondtuurlijk allemaal. We hebben echt onze best gedaan om als ware hunter/gatherers te leven. Gedurende ons verblijf daar hebben we geen aansteker, lucifer of gas verbruikt. Alles op kampvuur gekookt en dat vuur met strijkstokjes aangemaakt iedere keer. Supercool. Ik voelde me ’s middags niet zo heel lekker, maar na een uurtje in de tent te hebben gelegen was dat ver over gelukkig. Die avond weer lekker gegeten, rijst met curry (niet de saus die wij gewend zijn maar engelse curry) en zoetzure saus met kip stond ditmaal op het menu. Het vuur hebben we zo ongeveer de hele dag aangehad en na het eten alles in de beek afgewassen en nog even van een kop thee genieten voor het worst-whiskey-radio avondritueel weer begon.

Die nacht eigenlijk best lekker geslapen, niet koud en een stuk minder slecht gelegen. Wel op precies de zelfde plaats, vreemd eigenlijk. De ochtend erna kamp opbreken, en even de plannen herevalueren onder het genot van nog maar een kopje thee gemaakt van iodinewater. Toen verscheen daar opeens een Ranger ter tonele. “As you can see I am in uniform here (wijzend op een Ranger badge op zijn outdoor-jas) and THIS! (wijzend naar het vuur) is UNACCEPTABLE! And so is that (wijzend naar de tent)!” Hij wilde ons even goed laten weten dat we dus echt niet zomaar konden kamperen en al helemaal niet vuur maken. Gelukkig bleek dit toch wel een aardige kerel te zijn. Want na even te laten blijken dat we echt wel wisten waar we me bezig waren en even een beetje gepatst te hebben met mijn ’scout-background’ zoals hij het noemde, en laten weten dat ik misschien toch wel meer van vuur maken afwist dan hijzelf en uiteraard onze Dutch-card gespeeld te hebben (een soort van nederlandse versie van ‘wir sind nur ausländer, wir haben es nicht gewusst’) viel het allemaal wel mee. Ik heb hem uitgelegt dat er al vuur gemaak was op die plek en dat wij alles beter zouden achter laten dan we het gevonden hadden, we hadden zelfs al het afval van de vorige kampeerders opgeruimd zoals zich dat hoort. en waren al begonnen met het afbreken van de vuurplaats. Uiteindelijk nog even gebabbeld over het water in de beek en het weer en toen wenste hij ons vriendelijk een goede dag. Zo zie je maar weer dat je met een beetje aardig zijn en gewoon fatsoen ver komt. Uiteindelijk zijn Rangers zelf ook outdoor-enthousiasts die van dezelfdedingen houden als wij en ook gewoon proberen hun vrijwilligerswerk goed te doen.

De Ranger wist ons ook nog te vertellen dat het weer die dag niet veel goeds zou brengen maar dat het de dag erna echt verschrikkelijk zou worden. We hebben toen besloten om in plaats van onze weg naar het noorden te vervolgen (en een grote oversteek te doen van twee dagen in ‘absolute no-man’s land’ en dus waarschijnlijk in ‘horrible weather’ terecht te komen) naar het oosten te trekken. Zo konden we die dag in iets minder weer nog van de omgeving genieten en die avond lekker thuis in eigen bed slapen. We hebben wel nog een enorme wandeling gemaakt (van 12:00 tot ongeveer 16:00 zonder pauze) en uiteindelijk de bus gepakt, toen de tram en toen de trein naar Lincoln. En toen kwamen we uit bij waar ik gisteren dit verhaal mee begon.
10 april 2009 at 6:29 pm |
ja uh…ben mss te lui om alles te lezen, maar de foto’s zijn in ieder geval mooi
gr evie
10 april 2009 at 7:36 pm |
Wat een mooi reisverslag en prachtige foto’s!
Al lezend moest ik even aan ‘ In de ban van de ring’ denken. Aan Frodo en zijn medereisgenoten ploeterend op weg naar Mordor.
Fijn dat jullie eindbestemming je eigen bed in Lincoln was.
Groeten, Tine.
10 april 2009 at 8:58 pm |
Geweldig Bart.Ziet er prachtig uit, die landschapfoto’s !
Zou er zo ook een tocht willen maken, niet kamperen want dan kom ik ’s morgens niet meer omhoog,de leeftijd hè
groeten, Francie
10 april 2009 at 9:14 pm |
Ach ja, we hebben ook volop dagjesmensen gezien. Lopend en op de fiets. Voor iedereen is wel iets te bedenken.
15 april 2009 at 7:00 am |
leuk verteld, prachtige foto’s, mooie omgeving.
super!
TOT SNEL mam x